Verslagje lezing Quinten Jacobs en Koen Geens
Quinten Jacobs zette de avond in met de vraag die veel burgers op de lippen ligt. Waarom wordt er altijd veel beloofd, maar blijkt er finaal weinig te worden gerealiseerd?
Ceci n’est pas une participation.
Het was in het jaar des Heeren 1836, één van die dagen waarop de stad ruikt naar stoofvlees, oude macht en nieuwe miserie. Een voorouder van uw Oranje Zetduivel — half mythisch wezen, half wandelende opiniepeiling — liep van Île Malines (nochtans geen eiland) richting het centrum, op zoek naar een frietje. Sommigen noemden hem “De Oranje Scherpslijper”.
Hij passeerde langs de bekende etablissementen, waar de machthebbers uit de Bourgeoisie van La Belgique de Papa zich vermaakten alsof de tijd was blijven stil staan. Ronkende Franse namen als L’Escaut, Coq et Coquette, Le Baron, La Meuf, Sans-aucun-pourcent — allemaal zaten ze vol met notabelen die tafelden alsof ze de wereld bestuurden via hun menukaart. En die menukaart bevatte net iets anders dan frietjes.
En jawel, daar zaten ook zij: de lokale machthebbers van Mechelen, verzameld rond een copieuze tafel aan het raam. Het gesprek was geanimeerd, wat in hun geval betekende dat ze elkaar bekogelden met ideeën die enkel zichzelf ten goede kwamen.
Dat was ook nodig. Want die dag hadden ze een groot probleem. Het gepeupel — dat is iedereen die geen titel of macht heeft en wel belastingen betaalt — wilde plots inspraak over van alles en nog wat. Over zwemwater (“dat ze verdorie in de Dijle springen, dan stinken ze wat minder”) , over windmolens (“met hun protest maken ze toch maar wat wind”), over eenrichtingsverkeer voor paard en kar (“Kan nu iedereen eens de richting volgen die wij uitstippelen”). Het hield niet op.
De molens lagen bijzonder gevoelig voor één van de jongere machthebbers. Oude stijl van gebouw, houten wieken, romantisch voor op een postkaart, maar minder charmant wanneer ze je zicht op de kerktoren verpesten. “Straks krijgen we de kerkleiders nog tegen” mompelde een machthebber. Eén van de edelen riep echter dat zijn vrienden erin investeerden, en dat hij dus absoluut een windmolen wilde. Een andere had zelf aandelen in een ander bedrijf, en wilde dus zeker die tweede windmolen. De logica van de macht is eenvoudig: “Dan bouwen we ze toch gewoon allebei.”
Maar toen rees de vraag rond participatie van de meute. En het risico op protest. “Weet je wat,” zei er één, terwijl hij een olijfje in zijn mond liet vallen, “we geven ze een kleurtje. Wie kan nu tegen een kleurrijke turbine zijn? Terwijl ze nadien de kleur mogen kiezen tijdens een referendum."
Een andere edele sprong recht, duidelijk opgewonden door zijn eigen genialiteit: “Nee, eureka! De gekozen kleuren maken we dan bekend tijdens een volksfeest, eentje van participation et connexion.” De rest knikte enthousiast, alsof hij zojuist het wiel had uitgevonden en zij er getuige van waren geweest.
“En we zetten ze bovendien allebei in dezelfde buurt,” zei een derde die nu ook wou scoren bij zijn kompanen. “Dan kan er maar één buurt klagen.”
“Beter nog,” zei een vierde, “we zetten ze allebei in een buurt die al geluidsoverlast heeft. Bij protest kunnen we dan zeggen dat het altijd dezelfden zijn die klagen. Zageventen, pas dans mon jardin quoi. NIMBY-volk”

De tafel bulderde. De wijn trilde. De plannen werden concreet. En wanneer iemand opperde dat protestformulieren misschien een probleem konden vormen, stelde er eentje voor om halverwege de inspraakprocedure de manier om inspraak te krijgen plots te veranderen. “Dan zijn ze helemaal de kluts kwijt. Dat deden we toch ook al succesvol met het protest over het zwemwater? Nog voor ze in de Dijle sprongen waren ze hun formulieren al kwijt”
Algehele hilariteit. Het soort lach dat alleen ontstaat wanneer een elite zich amuseert door zich te wentelen in haar eigen beerput van machtswellust en eigenwaan.
De Oranje Scherpslijper stond nog steeds buiten, frietje in de hand, en hoorde het allemaal door het open raam. Hij was met verstomming geslagen. Het tafereel deed hem denken aan de Andalouse op zijn bakje frietjes. Net zoals participatie, is dat een saus die je makkelijk kan gebruiken bij eender welk gerecht om de smaak ervan naar je hand te zetten.
Hij nam een hap van zijn frietje met Andalousesaus, keek naar de lucht en dacht: “Misschien moet ik ook eens een windmolen beginnen. Maar dan eentje die draait op gezond verstand ipv op gebakken lucht.”
En hij wandelde verder, de stad in, waar de verhalen nooit ophouden en de geschiedenis als satire leest. Die geschiedenis herhaalt zich nooit letterlijk. Ze giechelt wel over de gelijkenissen met de toekomst. Zoals vandaag. Dat kan de nakomeling van de Oranje Scherpslijper u bevestigen. Uw Oranje Zetduivel houdt immers ook van frietjes.
Quinten Jacobs zette de avond in met de vraag die veel burgers op de lippen ligt. Waarom wordt er altijd veel beloofd, maar blijkt er finaal weinig te worden gerealiseerd?
Er ontstond veel commotie over de besparingsplannen van de Vlaamse regering en de gevolgen daarvan voor steden en gemeenten.
“Onbegrijpelijk dat Mechelen de prijs verdubbelt van naschoolse opvang.”