Tijdens de gemeenteraad bevroeg raadslid Ann Van Essche de uitrol van het flankerend onderwijsbeleid. Aanleiding was de vaststelling dat de effectieve personele invulling van dit beleid volgens het meerjarenplan pas vanaf 2028 budgettair wordt voorzien.
In het meerjarenplan is voor 2026 en 2027 geen loonkost ingeschreven voor een “deskundige onderwijs”. De functie verschijnt pas vanaf 2028. De bevoegde schepen stelde dat er geen sprake is van uitstel en dat het tijdspad dat tijdens het scholenoverleg werd gepresenteerd slechts een voorstel was van een stagiair. Tegelijk erkende hij dat de stad vandaag vooral werkt met losse projecten en dat het echte overkoepelende kader nog moet worden uitgewerkt.
Geen onderwijsdeskundige vóór 2028
Die taak zou in de toekomst bij de onderwijsdeskundige liggen. Ann Van Essche vroeg daarom expliciet om de voorgestelde “kapstok” of het beleidskader schriftelijk te ontvangen. Tot op vandaag werd dat document nog niet overgemaakt. “Er gebeurt vandaag al veel. Maar losse projecten zijn nog geen beleid. Als het kader pas in 2028 wordt uitgewerkt, dan verliezen we twee kostbare jaren. Beste schepen: maak vaart.”
Volgens Van Essche kan onderwijs geen neventaak zijn. Als het flankerend onderwijsbeleid ernstig wordt genomen, dan moet dat zichtbaar zijn in personeelsplanning, duidelijke verantwoordelijkheid en een uitgewerkt kader.
Capaciteitsproblematiek: engagement zonder vervolg
Tijdens het scholenoverleg van mei 2025 werd de capaciteitsproblematiek expliciet als urgent benoemd. De stad engageerde zich toen om dit punt opnieuw te bespreken op het volgende overleg. Volgens Van Essche is dat niet gebeurd. “Wanneer scholen aangeven dat ze capaciteitsproblemen ervaren en dat dit dringend besproken moet worden, dan verwacht je opvolging. Engagementen moeten ook effectief terugkeren op de agenda.”
In de gemeenteraad stelde de schepen dat de stad zelf geen klaslokalen kan bijbouwen en dat haar rol zich beperkt tot het aanleveren van demografische gegevens en het faciliteren van het aanmeldingssysteem. Dat klopt binnen het wettelijke kader, maar volgens Van Essche ontslaat dat het stadsbestuur niet van de plicht om structureel te coördineren en het probleem actief op te volgen.
Veel initiatieven, maar waar is de structuur?
De schepen verwees naar bestaande projecten rond verkeersveiligheid, taalwerking, brugfiguren en zomerscholen. Dat zijn waardevolle initiatieven, maar zouden beter uitgewerkt en opgevolgd worden binnen de prioriteiten die vanuit de scholen naar voren worden geschoven.
Voor Ann Van Essche is de conclusie helder. “Als veilige schoolomgevingen en sterke taalwerking echte prioriteiten zijn, dan moeten ze zichtbaar zijn in een uitgewerkt plan, duidelijke verantwoordelijkheid en voldoende personele inzet. Onderwijs verdient tempo. We verwachten dat het bestuur vaart maakt.”