Tijdens de gemeenteraad van 30 maart 2026 stelde cd&v‑raadslid Ria Vanzieleghem een mondelinge vraag over de keerzijde van de elektronische identiteitskaart (eID) voor 75‑plussers.
Sinds 2014 hebben identiteitskaarten voor 75‑plussers een geldigheidsduur van 30 jaar. Die maatregel werd ingevoerd om de administratieve last te beperken en het leven van senioren te vereenvoudigen. Maar intussen, bijna tien jaar later, worden ook de nadelen steeds duidelijker.
Hoewel deze eID’s als identificatiemiddel nog steeds geldig zijn, ondervinden veel mensen problemen met digitale toepassingen. Zo kunnen zij zich niet meer online identificeren, geen digitale handtekening plaatsen en zich niet aanmelden op platformen zoals Burgerprofiel, Tax‑on‑web, eBox of itsme. Dat zorgt voor frustratie en digitale uitsluiting.
De stad Roeselare is zich bewust van deze problematiek, aldus schepen Stefaan Van Coillie. Sinds de zomer van 2025 ontvangen inwoners met een eID van 30 jaar, waarvan de functionele certificaten bijna tien jaar oud zijn, een brief met duidelijke informatie over hun mogelijkheden.
Recent kondigde de FOD Binnenlandse Zaken bovendien aan dat de uitreiking van identiteitskaarten met een geldigheidsduur van 30 jaar stopt op 31 maart 2026. Voortaan krijgen ook 75‑plussers opnieuw een eID met een geldigheidsduur van 10 jaar.
Voor wie vandaag al beschikt over een eID met een geldigheid van 30 jaar, verandert er voorlopig niets. Zij hoeven zelf geen stappen te ondernemen en zullen door de stad tijdig geïnformeerd worden wanneer de functionele certificaten van hun kaart vervallen.
Een nadeel van de kortere geldigheidsduur is wel dat een bezoek aan het stadhuis zich om de tien jaar opnieuw zal opdringen. Om hieraan tegemoet te komen, beschikt de dienst Burgerzaken over een mobiel toestel. Daarmee kan het personeel ter plaatse gaan naar woonzorgcentra, ziekenhuizen of zelfs bij mensen thuis om een aanvraag te doen en de identiteitskaart te activeren.
“Dit is een belangrijke en menselijke ondersteuning voor mensen die minder mobiel zijn,” besluit Ria Vanzieleghem. “Zo zorgen we ervoor dat iedereen mee blijft, ook in een steeds digitalere samenleving.”