Buitenzwembad definitief dicht: gemeenteraad voor voldongen feiten geplaatst

Publicatiedatum

Auteur

Dries Dehaudt

Deel dit artikel

Het buitenzwembad van Izegem gaat deze zomer niet meer open. Wat voor veel gezinnen een enorme meerwaarde in onze stad betekent, werd maandagavond op de gemeenteraad afgehandeld als een voldongen feit.

Voor cd&v Izegem is de sluiting op zich al een zware beslissing. Maar vooral de manier waarop die tot stand kwam, baart zorgen. Nog vóór het debat plaatsvond, stond het persbericht al online bij Focus-WTV. Tegen 23 uur had de meerderheid zelfs al een filmpje klaar om de beslissing te verdedigen.

“De gemeenteraad is geen formaliteit,” stelt gemeenteraadslid Ann Van Essche (cd&v). “Het is hét orgaan waar argumenten worden gewogen en beslissingen worden genomen. Als communicatie al klaarstaat vóór het debat, dan neem je dat proces niet ernstig.”

Inhoudelijke vragen niet beantwoord

Raadslid Hannes Vanderstraeten (Vooruit-Groen) stelde tijdens de zitting kritische vragen over de financiële onderbouwing. Hij wees erop dat kosten telkens zonder bijhorende inkomsten worden gepresenteerd en dat het risico op technische defecten mogelijk wordt overdreven.

Ook met onze fractie stellen we vast dat die cijfers eenzijdig worden voorgesteld. In het museumdossier gebeurde hetzelfde: kosten worden uitvergroot, inkomsten of maatschappelijke return verdwijnen uit beeld. “Als je enkel kosten toont en niet de baten, dan creëer je een vertekend beeld,” aldus Van Essche. “Zo lijkt het alsof publieke voorzieningen alleen maar geld kosten en niets opleveren. Dat klopt niet met de realiteit.”

Laattijdige en onvolledige betrokkenheid

De oppositie was verenigd in de kritiek. Ook Karen Pollefeyt (N-VA) hekelde de gang van zaken. Volgens haar werd de beslissing op het laatste moment doorgeduwd en kregen gemeenteraad en adviesraden onvolledige en laattijdige informatie. Bovendien werd in het meerjarenplan nog voorzien dat het buitenbad twee jaar langer open zou blijven. Die koerswijziging komt dus bijzonder abrupt.

Voor cd&v is dat het kernprobleem: grote beleidskeuzes worden genomen zonder volwaardige inspraak van gemeenteraad, adviesraden of betrokken commissies zoals de daartoe opgerichte commissie Krekel-Noord.

Geen ruimte voor alternatief

De meerderheid verwijst naar mogelijke defecten aan pomp en filters en naar de hoge kost van een extra seizoen. “Als het bad toch definitief sluit, dan zijn hypothetische defectkosten geen doorslaggevend argument meer,” stelt Van Essche. “Dan gaat het over de keuze om gezinnen nog één laatste zomer te gunnen of niet.”

Cd&v steunde dan ook de oproep die ook door Groen werd geformuleerd: gun Izegem nog één laatste zomer en een waardig afscheid van een plek waar generaties herinneringen maakten. “Wij begrijpen dat infrastructuur veroudert en dat keuzes nodig zijn,” besluit Van Essche. “Maar keuzes moeten zorgvuldig, transparant en in dialoog genomen worden. Dat zijn we de Izegemnaar verplicht.”

Het buitenbad sluit. Maar over hoe we in Izegem omgaan met publieke voorzieningen en democratische besluitvorming is het laatste nog niet gezegd.

Nieuws van Izegem

Korte Keten-ontbijt op zondag 31 mei in het SOK in Kachtem

Het is een gewoonte die we in Vlaanderen koesteren: op zondag een tafel delen met familie, buren en vrienden. Op 31 mei doen we dat opnieuw, maar met een extra dimensie. Na de geslaagde eerste editie strijkt het Korte Keten-ontbijt van cd&v Izegem opnieuw neer. Deze keer in het SOK in Kachtem.

cd&v Izegem ziet invulling BOA-decreet in Izegem als gemiste kans

Elk kind verdient een fantastische, veilige en ontwikkelingsgerichte tijd, ook ná de schoolbel. Dat is de essentie van het nieuw BOA-decreet. Het is ook de reden waarom onze cd&v-fractie zich op de gemeenteraad kritisch heeft opgesteld tegenover het nieuwe erkennings- en subsidiekader voor de Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) in onze stad.

Maak vaart met ons Izegems onderwijsbeleid

Tijdens de gemeenteraad bevroeg raadslid Ann Van Essche de uitrol van het flankerend onderwijsbeleid. Aanleiding was de vaststelling dat de effectieve personele invulling van dit beleid volgens het meerjarenplan pas vanaf 2028 budgettair wordt voorzien.