Op vrijdag 24 april werd de 'Pui' van het stadhuis in Watervliet feestelijk geopend na renovatiewerken die 5 maanden duurde,
een gezamenlijk initiatief van erfgoed en de gemeente.
Hieronder kan u de toespraak van schepen Bart Van de Keere lezen bij de opening hiervan.
Beste collega’s,
Beste vertegenwoordigers van de aannemer, de architect, onze gemeentelijke diensten,
Dames en heren genodigden,
Het doet mij bijzonder veel plezier om hier vandaag samen met u te mogen staan voor een moment dat misschien op het eerste gezicht bescheiden lijkt, maar dat eigenlijk veel meer betekent dan zomaar de oplevering van een werf.
Vandaag vieren we niet alleen de restauratie van een trap.
Vandaag vieren we zorg.
Zorg voor ons erfgoed, zorg voor ons patrimonium, zorg voor de geschiedenis van deze plek, en vooral ook: zorg voor wat we willen doorgeven aan de generaties na ons.
Want laat ons eerlijk zijn: dit is niet zomaar een trap.
Dit is dé trap van het ‘stadhuis'. En ja, ik zeg bewust ‘stadhuis' — met lichte nadruk en met respect voor hoe oude bewoners dit gebouw nog altijd graag noemen. En terecht ook. Want gebouwen zoals dit dragen meer in zich dan bakstenen, arduin en hout. Ze dragen herinneringen. Ze dragen verhalen. Ze dragen een stuk lokale fierheid dat je niet met een nieuwe laagje vernis alleen kunt aanbrengen… al helpt die vernis natuurlijk wel om het geheel extra te laten blinken.
De historische trap die hier zo lang generaties bezoekers heeft verwelkomd, werd grondig gerestaureerd en is vandaag opnieuw klaar voor de toekomst. We mogen gerust zeggen: klaar voor de komende tweehonderd jaar. Dat is een mooi vooruitzicht. Al hoop ik wel dat men tegen dan niet opnieuw zal zeggen dat “er toch eens iemand naar die trap moet kijken”. We hebben vandaag alvast ons werk gedaan.
Als schepen van cultuur en erfgoed vind ik het bijzonder belangrijk dat dit gebouw opnieuw in alle glorie is hersteld. Erfgoed is immers geen luxe. Het is geen decorstuk dat we enkel bewaren omdat het er mooi uitziet op oude foto’s of op een postkaart. Erfgoed is iets wat ons verbindt met wie hier voor ons leefde, werkte, bestuurde, trouwde, discussieerde, besliste — en waarschijnlijk ook af en toe wat roddelde in de gangen.
Dat maakt dit gebouw waardevol.
En daarom is het ook zo belangrijk dat, wat de bestemming van dit gebouw vandaag is, of morgen zal zijn, het in elk geval in goede staat behouden blijft. We moeten ervoor zorgen dat volgende generaties ook nog kunnen ervaren wat deze plek betekent. Niet als een herinnering in woorden alleen, maar als een tastbare plek, een echt gebouw, een echt monument, een echt herkenningspunt in het hart van deze gemeenschap.
Maar ik sta hier vandaag niet alleen als schepen van cultuur en erfgoed. Ook als schepen van patrimonium is dit een belangrijk moment. Want goed bestuur gaat niet alleen over nieuwe projecten, grote plannen en ambitieuze toekomstvisies. Goed bestuur gaat ook over zorg dragen voor wat we al hebben. Onze gemeentelijke gebouwen zijn publieke eigendom, en dus ook publieke verantwoordelijkheid. Ze moeten onderhouden worden. Ze moeten verbeterd worden waar nodig. En soms moeten ze, zoals hier, met kennis van zaken en met respect voor hun geschiedenis opnieuw in ere hersteld worden.
Dat is precies wat hier gebeurd is.
En dat verdient waardering.
Daarom wil ik vandaag uitdrukkelijk een woord van dank richten aan iedereen die hieraan heeft meegewerkt.
Eerst en vooral dank aan de architect, voor de deskundige begeleiding en de zorgvuldige aanpak, aanleiding was een vochtprobleem binnen en gehavende natuursteen buiten. Bij restauratie komt altijd meer kijken dan zomaar iets oud opnieuw netjes maken. Het vraagt kennis, inzicht, respect voor het oorspronkelijke karakter en een goed oog voor detail.
Dank ook aan de aannemer, voor het vakmanschap en het geduld. Want restaureren is vaak een beetje zoals werken aan een oud familiegeheim: zodra je één laag opent, blijkt er nog iets onder te zitten dat extra aandacht vraagt. En toch is het resultaat er eentje om trots op te zijn.
Maar evenzeer een oprechte dank aan onze eigen gemeentelijke diensten. Want zij hebben ervoor gezorgd dat dit project méér werd dan enkel een gerestaureerde trap. Ook de directe omgeving werd aangepakt, en ramen en deuren kregen een nieuwe laag vernis. Dat zijn misschien niet altijd de zaken die meteen alle aandacht krijgen, maar het zijn net die elementen die maken dat het geheel opnieuw klopt. Dat het geheel opnieuw af is. Dat het geheel opnieuw straalt.
En laat ons het gewoon zeggen zoals het is:
het ziet er weer mooi uit. Heel prachtig zelfs.
Het soort mooi waarvan mensen spontaan zeggen: “Amai, ’t is hier precies weer het echte stadhuis.” En ik vermoed dat dat hier het hoogste compliment is dat men kan krijgen.
Oorspronkelijk was het de bedoeling om dit geheel al op paasmaandag officieel te openen, in het kader van de activiteiten hier op het Stee en met de gewaardeerde medewerking van Steevenement. Dat had mooi gepast. Het Stee vol leven, volk op straat, sfeer alom — en dan een feestelijke opening van deze restauratie. Maar zoals wel vaker bij werken, besliste één element dat het toch nog even spannend mocht blijven. De laatste arduinsteen liet namelijk op zich wachten.
Nu moet ik zeggen: er zijn stenen die stil op hun plaats liggen, en er zijn stenen die eerst nog een beetje drama nodig hebben voor ze arriveren. Deze behoorde duidelijk tot die tweede categorie. Maar goed, ook dat hoort blijkbaar bij restauratie: een beetje geduld, een beetje flexibiliteit, en af en toe de hoop dat die ene steen niet het bekendste onderwerp van de maand wordt.
Vandaag is hij er gelukkig. En dus zijn wij er ook.
En we hebben van deze gelegenheid meteen gebruikgemaakt om niet alleen materieel erfgoed, maar ook een stukje immaterieel erfgoed opnieuw tot leven te brengen. Want symbolisch hebben we vandaag in dit gebouw iets herbeleefd wat hier perfect thuis hoort: als schepencollege hebben wij vandaag een officiële zitting gehouden van het college van burgemeester en schepenen in dit ‘stad’huis en ik moet toegeven ik heb op het college gevraagd om hier voortaan altijd te vergaderen, maar dat kon niet op een meerderheid rekenen. We hebben trouwens in Sint-Laureins een zo mogelijk nog mooier en groter gemeentehuis van weliswaar latere datum. Dus zal het bij deze ene zitting blijven. Maar naar ik verneem zullen een aantal polderbesturen samen vloeien en misschien is het een mooi idee dat dit ganse gebouw dan voor het nieuwe polderbestuur een thuis mag worden, midden de noordelijke polders.
Ik kan u verzekeren: de muren hebben het vermoedelijk met enige tevredenheid aangehoord, die ene zitting van het college. Misschien zelfs met een gevoel van herkenning. Want voor vele inwoners blijft dit niet zomaar een gebouw, maar hét stadhuis van een roemrijke, zelfstandige deelgemeente. Een plek waar bestuur zichtbaar en tastbaar was. Een plek waar mensen naartoe kwamen voor akten, attesten, beslissingen en wellicht ook voor een babbel aan de deur. Die herinnering leeft nog altijd. En het mooie is: ze leeft niet uit nostalgie alleen, maar uit fierheid.
Fierheid op de eigen gemeenschap.
Fierheid op de geschiedenis van deze plek.
En ja, ook een beetje fierheid op het feit dat men hier nog altijd zegt: “Ons stadhuis.”
Die fierheid moeten we koesteren. Niet om achterom te blijven kijken, maar omdat ze ons toont hoe sterk lokale verbondenheid kan zijn. En omdat gebouwen zoals dit daar een zichtbare rol in spelen. Ze maken geschiedenis concreet. Ze geven karakter aan een dorp of deelgemeente. Ze zeggen zonder woorden: hier is geleefd, hier is beslist, hier hoort iets bij elkaar.
Dames en heren,
Wat hier vandaag voor ons staat, is dus meer dan een gerestaureerde trap. Het is een teken van respect. Voor het verleden, voor het vakmanschap, voor de gemeenschap, en voor de toekomst. We tonen hiermee dat erfgoed ertoe doet. Dat patrimonium ertoe doet. En dat schoonheid, geschiedenis en zorg perfect hand in hand kunnen gaan.
Laat ons daar samen trots op zijn.
En laat ons vooral ook genieten van dit resultaat. Want het mag gezien worden. Het moet gezien worden. En vanaf vandaag hoeft niemand nog naar boven te stappen met de vraag of die trap het wel zal houden. Hij is er weer helemaal klaar voor.
Ik stel dan ook voor dat we nu overgaan tot het plechtige én gezellige deel van deze gelegenheid.
Laten we samen het doek weghalen,
en vervolgens het glas heffen op dit mooie resultaat,
op dit prachtige stadhuis,
op de fierheid van deze gemeenschap,
en op minstens tweehonderd jaar extra geschiedenis.
Santé!