Acht maanden na de goedkeuring van het meerjarenplan wordt voor veel inwoners van Essen de impact van de gewijzigde gemeentelijke belastingen stilaan concreet. Heel wat inwoners kregen de voorbije weken hun aanslagbiljet voor de onroerende voorheffing in de bus en stellen vast dat het te betalen bedrag duidelijk hoger ligt. Ook verhuurders en eigenaars van vastgoed merken het verschil.
Cd&v Essen betreurt nog steeds dat de meerderheid ervoor koos om de aanvullende gemeentebelasting op de onroerende voorheffing (OOV) te verhogen. Volgens cd&v werd bij de voorstelling van het meerjarenplan vooral de nadruk gelegd op de grote projecten en investeringen. De belastingverhoging kreeg volgens de oppositie veel minder aandacht.
“Vandaag merken inwoners echter zelf wat deze beslissing betekent. De hogere onroerende voorheffing komt nu letterlijk in de brievenbus terecht”, klinkt het bij cd&v Essen.
“Op papier daalt de aanvullende personenbelasting, maar in de praktijk voelen veel inwoners daar weinig van. Door de indexatie merken zij nauwelijks verschil in hun portefeuille. Tegelijkertijd krijgen ze vandaag wel een hogere aanslag voor de onroerende voorheffing.” Dirk Konings, gemeenteraadslid en voormalig schepen voor financiën.
APB daalt, maar dat betekent niet dat iedereen minder betaalt
Bij de goedkeuring van het meerjarenplan werd ook de aanvullende personenbelasting (APB) verlaagd. Dat werd voorgesteld als een lastenverlaging voor de inwoners.
Cd&v Essen plaatst daar vraagtekens bij. Door de jaarlijkse indexatie van de lonen en inkomens voelen veel inwoners die verlaging van de APB in de praktijk nauwelijks of niet in hun portefeuille. Tegelijkertijd wordt de hogere factuur voor de onroerende voorheffing wel heel tastbaar.
“Op papier daalt de ene belasting en stijgt de andere. Maar voor veel gezinnen is het eindresultaat vandaag vooral dat de rekening hoger wordt. Een belastingverlaging aankondigen terwijl inwoners tegelijk geconfronteerd worden met een hogere onroerende voorheffing, vinden wij op zijn minst misleidend.”
Cd&v stelde alternatieven voor
Cd&v Essen stelde voor om de geplande aanpassing van de aanvullende gemeentebelasting op de onroerende voorheffing met één jaar uit te stellen. Het bestaande tarief zou dan in 2026 behouden blijven.
Daarnaast diende cd&v een amendement in, met de vraag om te onderzoeken of een hervorming van de OOV mogelijk is met meer differentiatie. Daarbij zou onder meer gekeken worden naar een vrijstelling of vermindering voor startende ondernemers tijdens hun eerste jaren van activiteit.
“Wij vinden dat je als gemeente moet durven zoeken naar een eerlijkere manier om inkomsten te verwerven. Zeker voor startende ondernemers, die in hun eerste jaren vaak alle middelen nodig hebben om hun zaak uit te bouwen, moet je bekijken of je hen tijdelijk kunt ondersteunen.”
Niet tegen investeringen, wel voor een eerlijk fiscaal beleid
Cd&v Essen benadrukt dat de partij niet tegen investeringen of grote projecten is. Wel vindt de partij dat daarover een eerlijk en volledig debat moet worden gevoerd.
“Een gemeentebestuur moet duidelijke keuzes maken. Als daar bijkomende inkomsten voor nodig zijn, dan moet je daar ook eerlijk over communiceren. Inwoners mogen niet pas maanden later, wanneer het aanslagbiljet in de bus valt, ontdekken wat de financiële gevolgen van die keuzes zijn.”
Voor cd&v Essen blijft het belangrijk dat de gemeente haar financiële beleid voert met aandacht voor gezinnen, eigenaars, huurders en ondernemers. Gezonde gemeentefinanciën gaan volgens de partij niet alleen over inkomsten, maar ook over het maken van duidelijke prioriteiten en het bewaken van de betaalbaarheid voor inwoners.
“De inwoners voelen nu het verschil”
Cd&v Essen onthield zich uiteindelijk bij de goedkeuring van het meerjarenplan. De partij erkent dat verschillende amendementen van de oppositie werden meegenomen, maar blijft kritisch over de fiscale keuzes die uiteindelijk werden gemaakt.
“Wij hebben geprobeerd om bij te sturen en alternatieven op tafel te leggen. Vandaag zien we dat de belastingverhoging voor de onroerende voorheffing voor veel inwoners geen abstract cijfer meer is. Het is een hoger bedrag op hun aanslagbiljet. Dat is precies waarom wij deze manier van werken betreuren.”