Je zal maar eens een tegel zijn in onze stad.
Pasen in het jaar des Heeren 2026. De bloemetjes gaan open, de bijtjes zoemen rond, de natuur ontwaakt. Het leven is mooi.
En toch is niet iedereen goed geluimd. Je zal maar eens een tegel zijn in onze stad. Jarenlang heb je daar trouw gelegen. Je was er, maar je werd genegeerd. Je hebt je zonder morren stil gehouden. Je hebt over je heen moeten laten lopen, dienstvaardig als je was voor ouderen, kinderkoetsen, rolwagens en voor de vele voeten. Je leek soms wel de cd&v-oppositie in Mechelen.
En dan, plots, was je er te veel.
Tegelwippen
Men noemde het "tegelwippen". Eerst denk je dan als tegel nog: hola pola, dat tegelwippen dat lijkt wel iets plezant, op sommige plaatsen kost wippen veel geld, en ik krijg het als doodgewone tegel helemaal gratis. Dat moet iets van de socialisten zijn.
Maar nee hoor, tegelwippen bleek gewoon een hip woord van het al even hippe rood-blauw-groene stadsbestuur om je genadeloos weg te rukken uit het straatbeeld. Als was je een maaltijd in een dienstencentrum, een buitenschoolse opvang die betaalbaar is, berijdbare Vesten of een zwembad Geerdegemvaart, in een wip was je uit het Mechelse beleid verdwenen.
De kabouters adviseren het stadsbestuur
Niks plezant aan dus. Geen comfortabel kuierende mensen, rolwagens of kinderkoetsen op voetpaden meer, maar tuinkabouters. Alle macht aan de bloemetjes en de bijtjes, met (voorlopig nog) de mens als een hinderlijk nevenverschijnsel in zijn stad.
Vervelend wel dat het nog steeds die hinderlijke mensen zijn die stemrecht hebben in Mechelen. "Ook dat kan beter", moet het stadsbestuur gedacht hebben. In Battel loopt intussen een proefproject.
Windmolen zonder inspraak
Honderden gefundeerde bezwaarschriften werden in Battel ingediend tegen de implanting van een gigantische windmolen, een ritmisch zoevend gedrocht van meer dan 200 meter hoog, dat zijn draaiende slagschaduw als een metronoom op de huizen van de nabijgelegen woonwijk werpt.
Voor het stadsbestuur stelde zich de vraag wat je aanmoet met geëngageerde buurtbewoners die daarover inspraak willen. Eén stadskabouter opperde: "ernaar luisteren, ermee in gesprek gaan, er rekening mee houden".
Al snel werd deze hilarische gedachte onder luid hoongelach naar de prullenmand verwezen. Uitstel omwille van tellingen voor vogels en vleermuizen, OK. Maar die menselijke zeurpieten, die kunnen toch van geen tel zijn?.
"Ja maar", opperde dezelfde kabouter, "die mensen kunnen wel stemmen. Zouden die geen wraak nemen in de stembus?".
Tijd voor oplossingen
Een kort debat volgde. In een wip werd een oplossing gevonden: "we gaan de vast benoemde provinciegouverneur inschakelen om de boel te forceren. Niet verkozen, noch verkiesbaar. Kan dus niet door de kiezer afgestraft worden", zei een kabouter.
"En het stadsbestuur kan de handen in onschuld wassen, zoals Paulus het ook al deed rond Pasen. Dat ze daar met hun letter C in cd&v maar eens iets op durven zeggen!", schreeuwde de opperkabouter euforisch.
"Weet je wat, we zetten er gewoon 2 windmolens", kraaide een vrouwelijke kabouter. Het daarop volgende bulderend lachsalvo van het stadsbestuur, dat zich verzameld had op de tegels van de Grote Markt, was hoorbaar tot in Battel.
Zaak opgelost dus. De windmolens kunnen er komen, de diertjes worden beschermd, de schuld voor de overlast kan naar de gouverneur, en bij de verkiezingen kan die door de mensen niet op afgerekend worden. En het onschuldige stadsbestuur al zeker niet. Perfect geregeld, toch?