Erkenning van borstklinieken

Publicatiedatum

Auteur

Maaike De Rudder

Deel dit artikel

De resultaten van een studie bij borstkankerpatiënten van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) toont aan dat patiënten met borstkanker 30 procent meer kans hebben om binnen de vijf jaar te sterven als ze behandeld worden in een niet-erkende borstkliniek. Naar aanleiding daarvan heeft federaal minister Vandenbroucke aangekondigd dat een behandeling voor borstkanker enkel nog zal worden terugbetaald als ze wordt verstrekt in een erkende borstkliniek.

Vandaag wordt een op de vijf patiënten niet in een erkende borstkliniek behandeld. Alleen in de coördinerende ziekenhuizen mag een individueel behandelplan voor borstkanker worden opgesteld. Ook de operatie moet daar plaatsvinden. De opvolging van de behandeling, zoals de chemo en de bestralingen, kan wel nog plaatsvinden in een satellietziekenhuis.

De erkenning van borstklinieken en de controle op het feit of ze voldoen aan de erkenningscriteria zijn een Vlaamse bevoegdheid. Maar om die controle uit te oefenen moet men toegang krijgen tot gegevens uit federale databanken. Er zal in de toekomst meer transparantie nodig zijn. Er zijn nog altijd ziekenhuizen die onduidelijke of misleidende reclame maken en zich onterecht een borstkliniek noemen. Er zal dus moeten worden ingezet op duidelijkheid en op juiste informatie richting de patiënten. Ook moeten artsen de doorverwijsfunctie naar een erkend centrum goed toepassen. Dat gebeurt nu niet altijd.

Tot slot zijn er de patiënten die nu in behandeling zijn in een niet-erkend centrum. Zij hebben natuurlijk veel vragen over deze aankondiging. Het is voor die patiënten en hun naasten toch wel hard om dit nieuws te horen. Wie geconfronteerd wordt met kanker, moet de beste zorg krijgen die voorhanden is.

 

Vraag van Maaike De Rudder: op welke manier controleert Vlaanderen of de borstklinieken aan hun erkenningsvoorwaarden voldoen? Zal deze controle worden uitgebreid en beschikt Vlaanderen over de nodige gegevens hiervoor aangezien het KCE in zijn studie ook wees op het gebrek aan transparantie?

Kunnen ziekenhuizen verplicht worden om patiënten correct te informeren over het feit of ze al dan niet een erkende borstkliniek zijn? Wat zijn de implicaties daarvan?

Komt er een oplossing voor vrouwen die nu in behandeling zijn in een niet-erkend centrum?

 

Antwoord: de relatie tussen volume en kwaliteit is eigenlijk niet zo nieuw en inzake borstkankerzorg staat dat eigenlijk al lang vast. Toch is het toegelaten in ons land dat vrouwen overal worden behandeld. Dat staat nog altijd zo in de federale regels.

De vraag om terugbetaling ook te koppelen aan erkende borstklinieken, is een goede maatregel om mensen te beschermen. Het is niet aan een patiënt om te moeten nagaan waar hij of zij beroep kan doen op een erkende borstkliniek. Je wordt al geconfronteerd met iets, en je moet dan gaan zoeken waar wel en waar niet. Dat is een zeer vreemde situatie. Het is aan ons als overheid om te zorgen dat de volumes zich daar concentreren waar de grootste zekerheid en veiligheid aan de patiënt kan worden geboden.

Hoe verloopt de controle op de erkenningsnormen? Voor de aanvraag tot erkenning werd er een sjabloon uitgewerkt waarin alle erkenningsnormen van het gespecialiseerd zorgprogramma voor borstkanker zijn opgenomen. Dat wordt punctueel afgetoetst om te bepalen of een ziekenhuis aan de erkenningsnormen voldoet. Als dat het geval is, krijgt het ziekenhuis een erkenning. De activiteitcijfers op het moment van de aanvraag van de erkenning worden aangeleverd door het ziekenhuis en zijn daarin opgenomen.

Dat moet eigenlijk beter kunnen. In een informatietijdperk mag de patiënt meer verwachten. Het beperkte aanbod aan overheidsartsen volstaat niet om afschriften en verslagen in de ziekenhuizen voldoende te kunnen opvolgen om de activiteitcijfers in kaart te brengen. We zullen nu dus verder in overleg gaan met de ziekenhuisnetwerken en bekijken hoe we al die aanbevelingen zoveel mogelijk kunnen toepassen, in afwachting van een aangepast regelgevend kader.

Aangezien de prestaties tot op vandaag terugbetaald worden door de federale overheid – het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) – ongeacht of het ziekenhuis erkend wordt voor het gespecialiseerd oncologisch zorgprogramma voor borstkanker, is louter een intrekking van de erkenning geen oplossing. Dus als we dat zouden doen lost dat niets op. Wat wordt terugbetaald, is de chirurgische ingreep voor borsttumoren.

Het ziekenhuis dat zijn erkenning verliest, kan momenteel de prestaties immers gewoon verder laten uitvoeren, zonder dat de patiënt daarvan iets in de terugbetaling merkt. Borstklinieken die een erkenning gehaald hebben, hebben bovendien ook aangetoond dat ze aan de andere normen op het vlak van omkadering en infrastructuur voldoen.  In elk geval is er nu een vooruitzicht dat ze niet langer om volumes zullen moeten concurreren met niet-erkende centra. Want als men federaal die regelgeving gaat aanpassen, dan zullen we automatisch een systeem hebben waarbij de concentratie in de erkende ziekenhuizen zal gebeuren. 

De term borstkliniek naar analogie met oog- of pijnkliniek bestaat al langer dan de wettelijke erkenning van het gespecialiseerd zorgprogramma voor borstkanker. Al bij de publicatie van de regelgeving voor de erkenning voor dat zorgprogramma, heeft het agentschap Zorg en Gezondheid de ziekenhuizen die de term borstklinieken op hun website gebruikten, maar niet over een erkenning beschikten, aangeschreven om ze erop te wijzen dat deze term misleidend kan zijn voor mensen, en ze die beter niet meer gebruiken op de website.

De term borstkliniek is niet wettelijk beschermd. Wij kunnen vandaag dus niet optreden tegen het gebruik door niet-erkende centra. Het gebrek aan duidelijke informatie hieromtrent vanuit de zorgverstrekkers lijkt ons wel problematisch vanuit de rechten van de patiënt. Zoals gezegd, lijkt mij de beste oplossing effectief het koppelen van de terugbetaling, en liefst ook de uitoefening, aan de erkende klinieken.

Vandaag heeft een patiënt bij ons in Vlaanderen de vrijheid om een arts te kiezen, dat is een goede zaak. Patiënten hebben vaak een vertrouwensrelatie met hun arts, ze laten zich – voortbouwend op dit vertrouwen – door een arts behandelen ongeacht of de campus in kwestie een erkend zorgprogramma heeft of niet. Ik zou dus toch wel meer publieke transparantie willen creëren over die erkenningsstatus van de ziekenhuizen, en over de kwaliteitsindicatoren voor de daar verleende behandelingen, zodra alle data beschikbaar zijn. Dat kan patiënten net ondersteunen in het nemen van een geïnformeerde beslissing.

Toch wil ik in afwachting van het uitvoeren van de aangekondigde federale maatregelen, ook beroep doen op de verantwoordelijkheidszin van elke zorgverlener, elk ziekenhuis, en elk ziekenhuisnetwerk. Zoals eerder al werd aangegeven, zit de patiënt zelf al met genoeg vragen rond wat hem of haar te wachten staat, en moet men erop kunnen vertrouwen dat we in Vlaanderen de best mogelijke omkadering voor hun behandeltraject verzekeren daar waar het aangeboden wordt. De verschillen tussen de erkende en niet-erkende centra die we nu zien, maken verdere business as usual onmogelijk te verantwoorden.

Wat kunnen we snel doen? Op de website van het agentschap Zorg en Gezondheid is er een overzicht van de erkende zorgprogramma’s per ziekenhuis. Dit overzicht is altijd actueel dankzij een automatische update. De informatie op de website was in eerste plaats gericht aan zorgverstrekkers en aan voorzieningen. Daardoor vind ik dat de informatie moeilijk terug te vinden is, en ook niet zo evident te raadplegen is door de burger. Binnen het agentschap heb ik gevraagd om die gegevens op een meer toegankelijke manier weer te geven, en niet enkel voor de erkenning van het zorgprogramma van borstkanker, maar ook voor alle andere erkenningen. We maken het dus toegankelijker zodat de info sneller kan worden gevonden.

Ook op zorgkwaliteit.be en op desocialekaart.be kan iedereen per ziekenhuis terugvinden of het ziekenhuis over een erkenning beschikt, hoe dat ziekenhuisbeleid in elkaar zit, wat erkenningen en de daarbij horende normen zijn, wat de voorwaarden zijn om zorg aan te bieden of voor terugbetaling. Wij kunnen niet verwachten dat mensen zich daar op zo’n kwetsbaar moment totaal in gaan verdiepen, maar opnieuw blijft de beste werkwijze daarom dat als je de normen niet haalt, je de zorg ook niet kunt aanbieden. Het gaat niet over dat je als klant vergelijkt waar je de beste slag kunt slaan, het gaat hier vaak – en dat bewijst de KCE-studie spijtig genoeg – over leven en dood, over gezinnen die samenblijven of niet.

We blijven wel streven naar het zo helder mogelijk presenteren van deze informatie. Zo gaan we – dat is nieuw – in de brieven met betrekking tot de borstkankerscreening die periodiek worden verstuurd naar mensen, als er een afwijkend resultaat vastgesteld wordt, in tegenstelling tot vroeger, verwijzen naar de lijst met de erkende coördinerende borstklinieken om mensen nu al beter te informeren.

Nieuws

Niet alleen sensibiliseren, ook handhavingsmaatregelen nodig om de parkings in Oost-Vlaanderen te vrijwaren van zwerfvuil!

Zwerfvuil is een hardnekkig maatschappelijk probleem. Al jaren zoeken verschillende instanties in Vlaanderen oplossingen voor het zwerfvuil en sluikstort op de wegen. In de aanpak van zwerfvuil werkt het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) op een driesporenbeleid: sensibiliseren, verbaliseren en opruimen.

Cd&v wil van de Vlaamse Ardennen winnende regio maken

Wie aan de landelijke Vlaamse Ardennen denkt, denk aan de koers. En toch hangt de regio in de staart van het peloton wanneer het gaat over de verdeling van middelen vanuit Vlaanderen. In een nieuw plan voor de Vlaamse Ardennen, opgemaakt in samenwerking met burgemeesters en schepenen uit de regio, pleit Robrecht Bothuyne (ondervoorzitter cd&v, Vlaams parlementslid en eerste schepen in Kruisem) voor een eerlijkere verdeling van middelen. “Dit gaat over de centen uit het Gemeentefonds, maar evengoed over onderwijs, werkgelegenheid en mobiliteit. De regio Vlaamse Ardennen is onderbedeeld op heel wat vlakken en dat moet in de toekomst anders. Wie in onze regio woont, is evenveel waard als iemand die in Antwerpen woont.”

cd&v Meetjesland samen voor een beter openbaar vervoer

Samen met een delegatie van cd&v Meetjesland heb ik als Vlaams volksvertegenwoordiger aan de Voorzitter van de Vervoerregioraad, Bart Van Thuyne, gevraagd om opnieuw te onderhandelen met De Lijn over een aangepast en beter vervoersplan in de regio.