Een babbel met Jos Leroi over de voorbije hittegolf.
Tijdens de recente hittegolf sprak ik af met schepen Jos Leroi, bevoegd voor onder meer milieu, klimaat, mobiliteit en ruimtelijke ordening. De toenemende extremen in het weer baren me zorgen. Ondanks de vele waarschuwingen ondernemen we nog te weinig om de opwarming af te remmen. Zelf probeer ik mijn steentje bij te dragen: isolatie van mijn woning, hoogrendementsglas, zonnepanelen, regenwaterrecuperatie, klimaatbomen rond het huis en zoveel mogelijk de fiets nemen voor verplaatsingen minder dan 10 km. Maar uiteraard verwacht ik ook dat beleidsmakers, zowel internationaal als lokaal, hun verantwoordelijkheid nemen.Jos arriveert zoals altijd goed voorbereid. Dossiers liggen al open op tafel. Tijdens ons telefoongesprek vooraf klonk hij enthousiast om over dit onderwerp te praten.
“Maakt de opeenvolging van hittegolven en bosbranden jou bezorgd over de leefbaarheid van onze omgeving?”
Jos Leroi: “Zeker. We kunnen niet ontkennen dat er iets aan de hand is. De opwarming manifesteert zich op verschillende vlakken en de gevolgen worden steeds groter. Niet alleen de natuur en de landbouw lijden hieronder, ook de economie krijgt klappen, en dat zullen we voelen in onze portemonnee. Extreme warmte en droogte leggen immers ook een zware druk op de volksgezondheid, vooral bij kwetsbare groepen.
Wat me nog meer verontrust, is de complexiteit van het probleem. Het is een verantwoordelijkheid van ieder van ons: enerzijds van de politiek en de industrie, zowel internationaal als lokaal, anderzijds van ieder individu. Iedereen moet een bijdrage leveren en oplossingsgericht denken, maar het evenwicht vinden tussen economie en ecologie, welzijn en welvaart, werk en privé, eigen vervoer en openbaar vervoer, draagkracht en draaglast, is wellicht de moeilijkste uitdaging.
We kunnen tal van initiatieven opsommen, maar telkens zijn daar consequenties aan verbonden. Veel maatregelen raken burgers in hun dagelijks leven: financieel, qua comfort en qua gemak. De maatschappij evolueert nu eenmaal voortdurend en het tempo van verandering ligt hoog. We mogen ook niet vergeten dat de wereldbevolking in slechts honderd jaar tijd is gestegen van ongeveer twee naar meer dan acht miljard mensen.
Soms durf ik er niet te veel over na te denken, want dan lijkt het een onhaalbare opdracht om voor een echte ommekeer te zorgen. De feiten zijn wat ze zijn en de geschiedenis kunnen we niet veranderen. Stilzitten is geen optie!”
“We lijken vooral bezig met het opvangen van de gevolgen, eerder dan met het aanpakken van de oorzaken?”
Jos: “Klopt. Ik maak graag de vergelijking met een lekkend dak. Je kunt een emmer onder het lek plaatsen en die telkens ledigen wanneer hij vol is. Je kunt er ook voor kiezen om het lek duurzaam te herstellen. Zo zijn er twee manieren om op de klimaatuitdaging te reageren: klimaatadaptatie en klimaatmitigatie.
Adaptatie gaat over het opvangen van de gevolgen: bufferbekkens voorzien om overtollig water op te vangen bij hevige of langdurige regenval, bomen planten om koelteplekken te creëren, airco's plaatsen, groendaken aanleggen, ontharden en ruimte maken voor water.
Mitigatie pakt de oorzaken aan: hernieuwbare energie, duurzame mobiliteit, bosbehoud, herbebossing en ontharding.
Adaptatiemaatregelen zijn vaak eenvoudiger en sneller te realiseren. Mitigatiemaatregelen zijn duurzamer en op lange termijn het meest efficiënt. Bovendien hebben veel adaptatiemaatregelen ook een mitigerend effect. Neem bijvoorbeeld bufferbekkens: enerzijds vangen ze overtollig regenwater op, anderzijds krijgt het water de kans om langzaam in de bodem te infiltreren, waardoor het grondwaterpeil kan verbeteren.
Nog een voorbeeld: de vraag naar woningen stijgt en veel mensen wonen liever landelijk dan in een appartementsgebouw. In theorie zouden appartementsgebouwen hoger en compacter mogen worden, zodat we minder ruimte innemen en meer plaats overlaten voor natuur. Maar dat is een maatregel die niet door iedereen aanvaard wordt.
Zoals ik eerder heb aangegeven, is het vinden van het juiste evenwicht in de regelgeving de moeilijkste opdracht. Neem nu de afvalverwerking. OVAM, de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, legt een maximum van 90 kg restafval per inwoner op. Iedere burger moet daarvoor inspanningen leveren en beter sorteren. De financiële bijdrage voor de afvalverwerking werd verhoogd.
Op zich zijn beter sorteren en recycleren goede initiatieven. Dat de bijdrage voor de ophaling daardoor stijgt, valt ook nog te begrijpen. Maar welke inspanningen leveren de producenten? Zij hebben vandaag de verplichting om financieel en organisatorisch bij te dragen. Maar is dat voldoende? Verkleint daardoor de afvalberg?
Laat ons eerlijk zijn: vandaag komt een groot deel van wat we aankopen uit Azië. Het is goedkoop en wordt vaak aan huis geleverd. Maar zijn die producten altijd kwalitatief? Vaak belandt zo'n aankoop na relatief korte tijd in de grijze zak. Het evenwicht vinden tussen duurzame producten, een kleinere afvalberg en betaalbaarheid voor iedere consument is niet eenvoudig.”
“Wat heb je binnen je bevoegdheden al ondernomen tegen hitte en droogte?”
Jos: “Opmerkelijk genoeg was wateroverlast in 2016 de aanleiding om in actie te schieten. Diepenbeek werd toen in één maand tijd driemaal zwaar getroffen door lokale overstromingen. Onder meer 't Reitje, de Molenstraat, de Heidestraat, het Marktplein en woonzorgcentrum De Visserij werden zwaar getroffen.
Als toenmalig schepen van Openbare Werken werd ik met de neus op de feiten gedrukt. Dat leidde uiteindelijk tot een Hemelwater- en Droogteplan.
Samen met Fluvius en andere partners brachten we alle knelpunten in Diepenbeek in kaart. Op basis daarvan legden we prioriteiten vast. Eerst pakten we de quick wins aan, daarna maakten we een plan van aanpak op. We stelden structurele maatregelen vast die ook in de toekomst als leidraad dienen: bufferbekkens voorzien, ontharden waar mogelijk, investeren in gescheiden rioleringen en duidelijke materiaalkeuzes maken.
Bij nieuwe investeringen maken we bewuste keuzes. Waar gescheiden rioleringen stroomafwaarts opnieuw samenkomen, investeren we om die scheiding verder door te trekken.
We werken volgens een viertrapsysteem:
- Regenwater maximaal hergebruiken voor huishoudelijk gebruik.
- Regenwater maximaal ter plaatse laten infiltreren om het grondwaterpeil te verbeteren.
- Regenwater bufferen indien nodig.
- Overtollig water afvoeren naar aanpalende beken en rivieren, zonder vermenging met rioolwater.”
“Kan je enkele concrete realisaties noemen?”
Jos:
- “Diepenbeek streeft naar continuïteit bij het uitvoeren van gescheiden rioleringsdossiers. Werken worden zoveel mogelijk op elkaar afgestemd zodat ze maximaal effect hebben. Deze projecten worden vaak gesubsidieerd. Zo zijn de buurten Bijenberg en 't Reitje de voorbije jaren nagenoeg volledig afgewerkt. Ook de Ganzestraat, Lindestraat en Stationsstraat werden aangepakt.
- Bij nieuwe wegen voorzien we telkens bufferbekkens die regenwater opvangen en laten infiltreren.
- Ook natuur krijgt veel aandacht. Samen met de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) nemen we tal van initiatieven rond natuurherstel en waterbeheer. De Caetswijers kregen onlangs een grondige renovatie. Momenteel lopen de werken aan de Mizerikvijvers en staat het herstel van de Oude en Nieuwe Stiemer op de planning. Ook het landinrichtingsproject De Wijers krijgt alle aandacht en de Demer zal op ons grondgebied opnieuw worden hermeanderd. Vlaanderen neemt daarbij het grootste deel van de financiering voor zijn rekening, middelen uit de Blue Deal.
- Parkings krijgen waterdoorlatende materialen en ook de onderbouw wordt doorlatend uitgevoerd.
- Aan OC Lutselus en Huis Schoofs liggen bufferbekkens die regenwater van de daken ter plaatse laten infiltreren.
- In verschillende straten hebben we klimaatbomen aangeplant, vaak op vraag van buurtbewoners.
- Bij de heraanleg van straten verharden we minder oppervlakte.
- Er werden bijkomende fietspaden aangelegd.
- We testen nieuwe grassoorten die bermen langer groen houden en meer water vasthouden.
- De openbare verlichting werd aangepast naar ledverlichting.
- In het vergunningenbeleid wordt niet alleen rekening gehouden met stedenbouwkundige aspecten, maar worden ook voorwaarden opgelegd voor de aanleg van tuinen en percelen. Voor de handhaving werken we samen binnen een intergemeentelijk samenwerkingsverband.”
“Moeten we niet versnellen om dure aanpassingen in de toekomst te vermijden?”
Jos: “Dat is een moeilijke kwestie. Het raakt aan wonen, handel, mobiliteit, energie, voeding en vakantie. Als je ergens parkeerplaatsen vervangt door bomen, moet je elders alternatieven voorzien.
Mensen zijn sterk gehecht aan hun comfort. Daardoor bestaat er weinig draagvlak voor drastische maatregelen. Bovendien kosten duurzame ingrepen veel geld.
We hebben een studie laten uitvoeren om onze 43 gemeentelijke gebouwen tegen 2050 energieneutraal te maken. Schepen Josette Nassen werkt daar intensief aan. We zullen keuzes moeten maken, want niet alle gebouwen kunnen behouden blijven.
Net zoals bij het Hemelwater- en Droogteplan werken we met een robuust meerjarenplan dat helpt om prioriteiten te bepalen en middelen gericht in te zetten.”
“Aan welk project werken jullie momenteel?”
Jos: “Schepen Josette Nassen bereidt momenteel de rioleringswerken in de Tierstraat en Ganzestraat voor. We hopen daarmee weldra te kunnen starten. Daarnaast werden verschillende dossiers ingediend bij de Vlaamse overheid om subsidies te verkrijgen.
We werken momenteel aan het subsidiedossier voor de vernieuwing van de Poststraat, een deel van de Nanofstraat, de Keizerstraat en de Varkensmarkt. We willen daar een gescheiden rioleringssysteem realiseren, waterdoorlatende verhardingen aanleggen en meer groen en belevingselementen voorzien. Het moet een aangename omgeving worden voor bewoners en passanten.
Als ik ons beleid vergelijk met dat van andere gemeenten, denk ik dat we goed gebruikmaken van subsidiemogelijkheden. Dat vraagt investeringen, maar levert ook veel op. Kijk naar de fietspaden: dankzij een inventaris van knelpunten en de beschikbare subsidies hebben we verschillende verbeteringen kunnen realiseren. We kunnen fietsen veiliger en aantrekkelijker maken, maar we kunnen mensen natuurlijk niet verplichten om de auto te laten staan.”
Het is duidelijk dat de klimaatverandering aan Jos niet voorbijgaat. Hij heeft veel voorstellen om noodzakelijke maatregelen te treffen die passen in een doordacht en duurzaam plan. Tegelijk heeft hij oog voor de ingewikkelde samenhang tussen klimaat, economie, mobiliteit, maar zeker ook

